Meer ruimte voor passende zorg
In het UCP komen en verblijven patiënten die topklinische zorg nodig hebben. Vaktherapieën (Psychomotorische therapie, Beeldende therapie, Arbeidstherapie en Individuele Plaatsing en Steun) zijn daar een onderdeel van. Onno: ‘Deze therapieën sluiten aan op de doelen waar patiënten aan werken, altijd in afstemming met de psychiater of psycholoog. Om nog meer ruimte voor therapie op maat en passende zorg te creëren, werd er een plan gemaakt. Een nieuw gebouw was daar ook onderdeel van. De therapieën kregen een prominente plek in het UCP.’
‘Het nieuwe UCP is echt een upgrade. In het oude gebouw zat Arbeidstherapie bijvoorbeeld in de kelder, waar amper daglicht naar binnen kwam. Psychomotorische therapie was zelfs gevestigd in een noodgebouw. Patiënten moesten naar buiten en oversteken. Collega’s mochten bij de voorfase van de bouw ook echt meedenken over de inrichting van hun werkplek en daarmee direct impact maken op de ervaring van patiënten. Een functionele en inspirerende plek.’
‘Iedereen is nu heel blij met waar ze werken. De kliniek en de poli zijn nu echt met elkaar in verbinding en daarmee is de kliniek ook het middelpunt van het UCP. Collega’s geven zelfs aan dat ze aan het einde van hun werkdag niet meer bekaf thuiskomen van de vele prikkels. Alles ademt licht, rust en comfort. Ook in de behandelkamers, werkruimtes en zalen. We hebben daarom bijvoorbeeld gekozen voor fijne zitjes zodat de behandelaar echt even bij de patiënt kan zitten. De tijd voor hem of haar kan nemen. Dat doet een mens goed.’
Oud versus nieuw
‘Je gunt het geen enkele patiënt om bij het UCP terecht te komen. Maar als je dan toch met een behandeling start, dan zijn lange, donkere gangen en sfeerloze ruimtes – zoals in het oude UCP – niet helpend. Je wil taboedoorbrekend zijn: welkom, goed dat je hier bent! Zolang je hier bij ons bent, willen we dat je een fijn verblijf hebt. Waar je je autonomie kunt behouden. Je kamer is nu (voor de timebeing) echt van jou. Hier mag je, na intensieve behandelingen, tot rust komen. Echt even landen.’
‘Doordat er meer ruimte voor zorg is gebouwd, is er tegelijkertijd minder ruimte voor kantoorplekken. Dat vraagt om meer flexibiliteit en mobiliteit van ons als personeel. We hebben hiervoor de juiste technologie en andere middelen tot onze beschikking, zoals een digitale werkplek (laptop) en zorgtelefoons in plaats van piepers.’
‘Maar heus niet alles is veranderd en niet alles is ineens digitaal of hightech. Ons werk draait juist heel erg om de mens, niet om de technologie. En die ruimte is er.’
Het verschil maak je samen
Onno vertelt ons waarom hij zijn werk met zo veel toewijding en plezier doet, iets wat echt van hem afstraalt als we hem spreken: ‘Ik heb het als verpleegkundige altijd mooi gevonden hoe ik aansluiting vond bij patiënten en hen kon ondersteunen in al hun stappen naar herstel. Klein of groot. Als teamleider is het natuurlijk net even anders. Ik sta niet meer direct naast de patiënt, maar probeer het werk op de vloer wel zo in te richten dat de patiënt daar profijt van heeft. Mijn taak is ervoor te zorgen dat mijn teams goed kunnen werken. Samen zorgen we voor de best mogelijke psychische zorg. Dat vind ik het mooiste van mijn werk.’
Vanuit verbinding zorgen
‘In het nieuwe UCP is meer ruimte voor verbinding en gezamenlijkheid. Dat hebben we echt mét elkaar kunnen doen. En ik hoop dat dat alleen nog maar mag groeien. Dat we de patiëntenzorg blijven verbeteren waar nodig en onze mensen elke dag met plezier naar hun werk mogen gaan. Net als ik.’
%20(1).jpeg)